Printed from chabadamsterdamsouth.com

Columns

Onsterfelijk

Zijn wij onsterfelijk? De Talmoed vertelt over Koning David die aan G-d vroeg wanneer hij zou komen te overlijden. G-d wilde hem geen exacte datum geven, maar liet wel weten dat het op een sjabbat zou gebeuren. Omdat Koning David wist dat de Malach Hama’vet (de Engel des Doods) geen toestemming had om iemand die Thora studie bedreef te doden, had hij zich voorgenomen om de gehele sjabbat niets anders te doen dan te lernen, iedere week weer vanaf de schemering tot na nacht. Toen de tijd aangebroken was voor Koning David om het aardse leven te verruilen voor het hemelse bestaan, slaagde de Malach Hama’vet er dan ook niet in om zijn dodelijke taak te verrichten. De Talmoed vertelt dat de Engel des doods de Koning heeft afgeleid door in zijn tuin een enorm kabaal te maken. Toen David vervolgens ging kijken waar het lawaai vandaan kwam, struikelde hij. Door de schrik van de val hield hij enige seconden op met lernen. De Engels des Doods greep deze gelegenheid meteen aan en ontnam hem zijn ziel. Koning David kwam te overlijden op de eerste dag van Sjawoe’ot. Het is morgen dus zijn jaartijd. De Talmoed vertelt ons dit verhaal omdat het niet alleen David aangaat, maar ons gehele volk betreft. Koning David was een succesvol man. Hij stond bekend als een briljant politicus, een gevreesd strateeg en generaal, een buitengewone componist, een poëet. Bovendien gold hij als lid van het Hoog Gerechtshof als een topjurist. De Talmoed wil ons allen op het hart drukken, dat zelfs de meest succesvolle zakenman, de grootste geleerde, de beroemdste kunstenaar, ieder van ons steeds zal moeten blijven investeren in het (zelf) bestuderen van de Thora. Want: zolang we ons blijven verdiepen in de Thora zullen we als volk blijven overleven. Onlangs kwam ik iemand tegen, een oudere man, die mij vertelde dat hij gedurende zijn leven de hoogste treden van de maatschappelijke ladder had weten te bereiken. Maar toen hij eindelijk boven was, realiseerde hij zich dat de ladder tegen de verkeerde muur stond. Hij betreurde het dat hij niet eerder, op jongere leeftijd, de kans had gekregen of genomen om kennis van het Jodendom tot zich te nemen. Door ons de verdiepen in de intellectuele krochten van de 3000 jaar oude Thora, Talmoed en Joodse filosofie houden we het Jodendom in stand. Tegelijkertijd is het nog eens interessant, vaak ook leuk en geeft het veel mensen een waardevol gevoel. Net als Koning David zijn we als individu sterfelijk maar door te lernen kan ons collectief gedachtegoed blijven bestaan en de eeuwen trotseren! Chag Same’ach. Sjavuot begint 28 mei om 21:30 en eindigt 30 mei om 22:55. In sjoel worden de Tien Geboden gelezen (Exodus 19 – 20) alsook het boek Ruth. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column voor de website: joods.nl

Oog om oog

Als iemand zijn naaste letsel toebrengt, moet hem hetzelfde aangedaan worden wat hij gedaan heeft: breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand. Zoals hij de ander letsel heeft toegebracht, moet hem hetzelfde toegebracht worden (Leviticus 24:20) Het Jodendom heeft ‘oog om oog, tand om tand’ nooit anders vertaald dan dat dit betrekking heeft op een schadevergoedingsplicht; wanneer men iemand een oog uitslaat, moet men de schade financieel vergoeden. ‘Oog om oog’ betekent dus: ‘een uitgeslagen oog moet vergoed worden met de waarde van dat oog’. Zoals lichaam én ziel de mens vormgeven, zo bestaat de Thora oppervlakkig bezien uit verhaal en uit wetgeving. Maar onder die eenvoudige betekenis liggen diepe filosofische en ook mystieke gedachten verborgen. En dus kan en moet, los van de eenvoudige vertaling, alles wat in de Thora staat ook op die diepere niveaus, de een hoger dan de ander, geleerd worden. De Ba’al Shemtov (1698-1760) legt uit dat de samenleving fungeert als een spiegel. Indien een persoon wordt geconfronteerd met een tekortkoming die hij in de ander ziet, dan is dat omdat dit probleem ook bij hemzelf verbetering vereist. Dit zou te maken hebben met de filterfunctie en afweermechanisme van ons brein. Imperfectie die bij mij niet voorkomt zal ik bij de ander ook niet zien, want die informatie is voor mij immers niet relevant en wordt daarom door de hersens buiten gehouden. Maar omdat het voor mij makkelijker is om mijn eigen fouten onder ogen te zien wanneer ik besef dat ik niet de enige ben met die gebrekkigheid, word ik juist wél geconfronteerd met andermans tekortkomingen indien deze ook bij mij aan de orde zijn. Dat is ook de diepere betekenis van de hierboven genoemde pasoek – vers. Wanneer er staat dat bij het toebrengen van een letsel bij een ander deze ook bij hemzelf moet worden toegebracht, wordt daarmee bedoelt dat indien hij bij een ander een letsel, een gedragsprobleem ziet, hij moet beseffen dat deze ook op hemzelf van toepassing is. Dat de persoon hierdoor weet waar en waarmee hij zijn eigen verbetertraject kan beginnen, dat op zichzelf maakt de wereld een net wat fijnere plek. De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen zou worden gelezen, is deze week: Emor ( Leviticus 21:01 t/m 24:23). Sjabbat begint 8 mei tussen 19:42 uur en 21:00 uur en eindigt op 9 mei om 22:17 uur. De Parasja met Yanki Jacobs is een wekelijkse column voor de website: joods.nl

Unorthodox

Onlangs is op Netflix verschenen de serie “Unorthodox’”. De serie geeft het leven weer van een jong echtpaar dat onderdeel uitmaakte van de ultraorthodoxe Satmar beweging in New York, maar vervolgens die gemeenschap ontvlucht. Net als de rest van de samenleving heeft de Satmar gemeenschap prachtige elementen maar zijn er vanzelfsprekend ook tekortkomingen, die door sommigen meer en door anderen minder als een daadwerkelijk probleem worden gezien. De vraag die veel gesteld wordt is wanneer een gemeenschap de vuile was buiten moet hangen en wanneer het beter is om een probleem intern op te lossen? Het antwoord daarop is niet altijd eenduidig. Het is evident dat je de politie niet inschakelt voor iedere burenruzie, maar dat je probeert deze eerst onderling op te lossen. Is er echter sprake van seksueel misbruik van kinderen of staat het welzijn van kwetsbare mensen op het spel, dan stap je uiteraard wel naar de bevoegde instanties. Het ingewikkelde is hoe je om moet gaan met het grijze gebied tussen intern en naar buiten. In de Parasja deze week worden we geconfronteerd met twee teksten die allebei ingaan op naastenliefde: “Ve’ahavta le’re’acha ka’mo’cha – Heb je naaste lief als jezelf” (Leviticus 19:18) en “Lo Tisna et achi’cha – Je zult je broer niet haten” (Leviticus 19:17). Er staat dus dat ik een onbekende ‘naaste’ moet ‘liefhebben’ maar mijn eigen broer slechts ‘niet moet haten’. ‘Houden van’ is veel meer dan ‘niet haten’. Was het niet logischer geweest om mij te vragen om de vreemdeling ‘niet te haten’ en mijn directe familieleden ‘lief te hebben’? De Tora vertelt ons hiermee echter dat indien wij in onze eigen directe omgeving tekortkomingen en problemen zien, dat we dan niet laf de ogen moeten sluiten en beroep doen op een zogenaamde naastenliefde. Het niet benoemen van problemen binnen de eigen groep valt niet onder ‘naastenliefde’ maar plaatst het Jodendom onder destructief gedrag. Problemen, zeker als het gaat om het welzijn van kinderen, moeten benoemd worden en vereisen aanpak en oplossing. Daarom staat er als het je eigen broer betreft “je moet hem niet haten”. Bij het benoemen van het probleem is de kans groot dat er een conflictsituatie ontstaat. Conflict is in sommige gevallen echter noodzakelijk en onvermijdelijk. “Maar” zegt de Tora: “Haat primair het probleem, maar de persoon die het probleem veroorzaakt heeft, die moet je niet haten”. Laat het duidelijk zijn dat er geen probleem is met een specifiek persoon, maar dat het in acht nemen van regels en het in standhouden van een waardesysteem essentieel is voor een gemeenschap. Juist daarom moet je problemen wel benoemen, maar maak daardoor niet de fout om de probleemmaker te gaan haten en de facto het probleem niet op te lossen. Als ik echter word geconfronteerd met roddels over misstanden bij culturen die niet de mijne zijn, die niet in mijn nabijheid leven en die ik nauwelijks ken, dan zegt het Jodendom: “oordeel niet en heb je naaste lief”. De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen zou worden gelezen, is deze week: Achare – Kedoshim ( Leviticus 16:01 t/m 20:27). Sjabbat begint 1 mei tussen 19:30 uur en 20:36 uur en eindigt op 2 mei om 22:03 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column op de website: joods.nl
Looking for older posts? See the sidebar for the Archive.