Printed from chabadamsterdamsouth.com

Columns

Opstand

Enige weken was bij mij over de vloer een hoogleraar die toevallig gespecialiseerd was in orthopedagogie. Hij was getuige van een scenetje bij ons thuis. Mijn zoontje (3) had ruzie met mijn dochtertje (2). Als vader heb ik er oog voor dat een probleem dat in mijn ogen minuscuul is, voor mijn zoontje een heel groot probleem kan zijn. En dus liet ik de professor even de professor en nam de tijd om, met hem als toehoorder, even goed naar mijn huilende zoontje te luisteren. Mijn dochtertje had hem geslagen en dat was niet terecht, volgens hem. Mijn idee was nu om als een neutrale rechter/vader mijn dochtertje ter verantwoording te roepen. Maar toen greep de bevriende professor ongevraagd in en vroeg mij: “Weet je wel zeker dat het slaan het kernprobleem is? Zelfs als je dochtertje heeft geslagen, misschien speelt er iets bij je dochtertje en uit zich dat is slaan of bij je zoontje die daarom geslagen is.” “Het is altijd belangrijk, zo beleerde de professor mij, om tot de kern door te dringen.” Terwijl mijn dochtertje nog steeds stond te huilen, maar het was niet meer luidkeels, adviseerde de professor mij om te kijken wat het onderliggende probleem is. Het bleek gebrek aan aandacht. Bij het ontstaan van het Joodse volk zien we drie kernzaken die de identiteit van het Joodse volk op dat moment bepaalden. Dit waren: 1. Het geloof in G-d, 2. De verbinding met het beloofde land en 3. Het leiderschap van Moshe. In de Thora lezen we hoe het Joodse volk verschillende keren in opstand komt en juist deze drie kernpunten ter discussie worden gesteld. Het Gouden Kalf zou de plaats van G-d moeten innemen. De opstand van Korach stelde het leiderschap van Moshe en Aaron ter discussie en de Verspieders hebben geprobeerd een wig te drijven tussen het volk en het land Israël. Telkens zien we dat Moshe de mensen, en G-d, weet te bedaren en nadrukkelijk blijft opkomen voor het volk en daarmee ook daadwerkelijk leiderschap toont. In onze Parasja zien we echter voor het eerst dat Moshe de moed opgeeft. Het volk klaagt over het feit dat ze in de woestijn niet over de luxe van vlees beschikken en dan lezen we hoe Moshe zich tot G-d richt en zegt: “Waarom behandelt U Uw dienaar zo slecht?… ik kan niet alleen de last van dit hele volk op me nemen, want dat is me te zwaar…. Als u me dit aandoet, dood me dan liever…”. (Devariem 11:11-15) Wat is hier gaande? Steeds heeft Moshe alle problemen weten op te lossen. Maar waarom, rijst de vraag, kon hij het probleem van het gebrek aan vlees ook niet zelf oplossen? Gelijk de professor de vinger op de zere plek wist te leggen en mij toonde dat het niet om de klappen ging maar om het onderliggende probleem, zo ook hier. De verklaarder Rasji (Troyes 1040-1104) legt uit dat Moshe begreep dat het hier niet ging om vlees, maar dat er iets anders speelde, een veel ingewikkelder probleem. Moshe begreep dat het probleem van het vlees een dekmantel voor een veel bredere problematiek. In de tijd waarin dit zich afspeelt was het namelijk gemeengoed om te trouwen met zusters, broers, kleindochter etc. Er waren geen beperkingen op het gebied van seksualiteit. En nu kwam Mozes met de Thora en die gaf duidelijke richtlijnen. Gevoelige snaren werden geraakt, emoties moesten worden beperkt. Dat is wat hun deerde. Maar omdat het niet salonfähig was om dit probleem te benoemen en bespreekbaar te maken, zochten ze een excuus om de echte problematiek te verbergen. Wat zij brachten had misschien een kern van waarheid of had helemaal waar kunnen zijn, maar het was niet de kern van het probleem. En dat verklaart de opstelling van Mozes in deze parasja tegenover G-d: “Ik kan het volk niet meer helpen, want ze benoemen het probleem niet en brengen en leggen mij een zijdelings probleem voor, dat zeker waar kan zijn, maar dat tegelijkertijd als dekmantel wordt gebruikt voor een veel diepere en grotere problematiek.” De kern van demonstraties gaat mijns inziens veel dieper dan het buitensporige onaanvaardbare gedrag van de betreffende politieagent. Het ontbreken van hoop en toekomstperspectief maar ook het ontbreken van respect voor ieder individu als entiteit. Ook als hij anders denkt, anders gelooft, er anders uitziet, anders is. Dat is de kern. De politieagent is een uitwas, een bijproduct. Inmiddels was mijn zoontje gestopt met huilen. De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen wordt gelezen, is deze week: Beha’alotcha – Devariem 8:1 t/m 12:16. Sjabbat begint 12 juni om 21:10 uur en eindigt op 13 juni om 23:24 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column voor de website: joods.nl

Bella Ciao

In de Turkse stad Izmir werden donderdag de omroepsystemen van verschillende moskeeën gekaapt. Het Italiaanse strijdlied Bella Ciao, dat in de Tweede Wereldoorlog veel werd gezongen, galmde vanuit de minaretten door de straten. Bovenstaande, op de webpagina van de Telegraaf vanochtend, trok mijn aandacht. Dit lied, dat recent aan populariteit gewonnen heeft door de serie La Casa de papel, is ook in Joodse kringen nogal populair. Zo wordt menigmaal, in de prachtige sjoel aan de Obrechtstraat, het Kadiesj-gebed op deze melodie voorgezongen. Dat deze melodie naar alle waarschijnlijkheid afkomstig is van het Yiddische lied ‘Koilen’ van de componist Mischa Ziganof, zal velen onbekend zijn. In de parasja lezen we over de telling van het Joodse volk. Mannen van twintig jaar en ouder ‘telden mee’ en vervolgens omschrijft de Thora gedetailleerd, per stam, het resultaat van deze volkstelling. Althans, zo gebeurde het bij bijna alle stammen. Bijna alle stammen, want bij de stam Levie werd er niet geteld vanaf twintig jaar, maar vanaf de eerste maand na de geboorte. De reden hiervoor was dat bij de reguliere volkstelling uitsluitend werd gekeken naar de dienstplichtigen en dus vanaf twintig jaar. Voor hun twintigste waren ze nog helemaal geen soldaat en hadden ze ook geen enkele band met het leger, niet fysiek en niet geestelijk. Bij de Levieten lag het echter anders. Zij waren niet dienstplichtig, want hun taak lag in de Tempel. En om in de Tempel te kunnen dienen was er geestelijke voorbereiding nodig, spirituele vorming, die reeds op heel jonge leeftijd moest beginnen. En dus bij hen, de telling vanaf de eerste maand. Dat de Levieten de Tempeldienst toebedeeld kregen was omdat bij het dienen van het gouden kalf, dat gepaard ging met moord en verkrachtingspartijen, zij de enigen waren die daartegen in opstand kwamen. Er waren velen die weigerden deel te nemen aan de verschrikkingen, maar hun niet-deelnemen, beperkte zich tot het aan de zijlijn staan. Zij keken toe, vol afschuw, maar van een daadwerkelijk optreden tegen het immorele en slechte gedrag was geen sprake. Ze hielden hun eigen straatje braaf schoon maar lieten zelfs verbaal hun afkeuring niet blijken. Ze behoorden tot de zogenaamde “zwijgende meerderheid”. De Levieten waren de enigen die wel zichtbaar stelling namen. Zij waren als enigen bereid om een impopulaire positie in te nemen en daar ook zichtbaar voor te staan en te strijden. Daarmee hebben zij leiderschap getoond, met als logisch resultaat dat het priesterschap, en daarmee het daadwerkelijk leiderschap van het Joodse volk, hun verantwoordelijkheid zou worden, of beter gezegd: zou blijven. Geen idee wat de drijfveer van de eerdergenoemde omroep-systeem-hackers was. Ook heb ik mijn twijfels of het verstandig was om een gebedshuis te gebruiken voor politieke doeleinden. Maar het waren wel mensen die duidelijk niet tot een zwijgende meerderheid wilden behoren en hun mening letterlijk versterkt door de straten lieten klinken. Zeker vanuit bovenvermelde verklaring van deze parasja, voel ik toch bewondering voor deze lawaaischoppers. Sjabbat sjalom De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen zou worden gelezen, is deze week: Bamidbar (Numeri 1: 1 t/m 4:20). Sjabbat begint 22 mei tussen 19:49 uur en 21:22 uur en eindigt op 23 mei om 22:45 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijks column voor de website: joods.nl

Fanatisme

Over fanatisme zou Winston Churchill gezegd hebben: “Een fanaticus is iemand die niet van gedachten kan veranderen en niet van onderwerp wil veranderen”. Fanatisme heeft, zeker wanneer dat het Jodendom betreft, positieve aspecten. Dat wij nog bestaan is mede dankzij de religieuze gedrevenheid van onze opa’s en onze oma’s. Doordat zij zich, door de eeuwen heen, vastklampten aan Thora en Traditie, plukken wij nu de vruchten. De negatieve kant van fanatisme is dat vaak de bijzaak verheven wordt tot hoofdzaak, dat het absoluut een beknellend gevoel kan geven en dat het soms intolerantie jegens anderen oproept. Los hiervan kunnen we constateren dat fanatieke denkbeelden in veel gevallen uiteindelijk niet standhouden. Wanneer er in onze parasja wordt gesproken over mensen die “een afkeer hebben voor mijn rechtsvoorschriften” (Leviticus 26:15) verklaart Rasji dat deze afkeer niet zozeer de rechtsvoorschriften betreft, maar vooral en bovenal een afkeer richting diegene die zich aan de rechtsvoorschriften houden – de fanatici. Hij legt uit dat tolerantie makkelijk is wanneer mensen zowel fysiek als maatschappelijk op afstand staan. Maar indien een persoon er bijna dezelfde ideologie en bijna hetzelfde normensysteem op nahoudt, maar dus net een klein beetje anders, dan neigen we er al snel toe om hem te bestempelen als een (religieuze) fanaticus in de negatieve zin van het woord. Kritiek is positief, noodzakelijk en constructief. Het zou echter wel handig zijn indien wij, voordat wij de kritiek uitspreken, bij onszelf te rade gaan of deze kritiek op de ander voortkomt uit ons eigen oprechte verlangen tot verbetering of dat het slechts een verbloeming is van onze eigen tekortkomingen en dus ter versterking van onze ego.. Fanatici of niet, het zijn wel onze fanatici! De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen zou worden gelezen, is deze week: Behar- Bechukotai ( Leviticus 25:01 t/m 27:34). Sjabbat begint 15 mei tussen 19:45 uur en 21:05 uur en eindigt op 16 mei om 22:31 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column op de website joods.nl

Kritiek

De opstand van Korach, die wij deze week in de Parasja lezen (Bamidbar 16:1- 35), is zeer opmerkelijk. Niet alleen dat Moshe het Joodse volk uit Egypte bevrijd heeft, maar zij hebben ook de vele wonderen die Moshe verrichtte, zoals het splitsen van de zee, kunnen zien. Het was evident dat Moshe door G-d aangewezen was om leiding te geven. Hoe konden ze dan toch de authenticiteit van zijn leiderschap ter discussie stellen? En hoe komt het dat juist Korach, een uiterst intelligent man, deze opstand leidde? In de Pirke Avot (Spreuken der Vaderen 4:21) lezen we: “Jaloezie, lust en eerzucht verdrijven de mens van de wereld.” Besluitvorming bij de mens wordt in de regel bepaald door zijn/haar specifieke manier van denken. Een normaal persoon zal niet van de een op de andere dag zijn gedrag 180 graden veranderen. “Echter”, zo schrijft de bovenstaande Misjna: “Indien de mens vatbaar is voor gevoelens van jaloezie, vaak door een gebrek aan zelfvertrouwen, dan ontloopt hij het natuurlijke proces – het rationeel denken, en dan is het zeer wel mogelijk dat hij dingen gaat zeggen en beslissingen gaat nemen waar hij later ontzettend spijt van krijgt. Met “Jaloezie, lust en eerzucht verdrijven de mens van de wereld” wordt bedoeld dat de mens “verdreven wordt van het voor hem gangbare denkpatroon”, hij is als het ware zichzelf niet meer. Dat is wat er met Korach gebeurde. Hij was jaloers, omdat Moshe de leider was en in groot aanzien stond. Moshe wel en hij, Korach, niet! Korach hunkerde naar macht en hij was ziek van jaloezie op Moshe. Moshe beschikte over een grote mate van mensenkennis en begreep daarom wat de kern van het probleem was. Hij besefte dat het Korach niet zozeer om zogenaamde gelijke rechten ging, maar dat zijn beklag voortkwam uit een intens minderwaardigheidscomplex en ziekelijke jaloezie. Daarom stelde Moshe voor om het gesprek niet meteen te voeren, maar pas een dag later. Moshe hoopte dat Korach door de vertraging zou beseffen dat hij destructief bezig was. De Thora vertelt ons dat Korach’s strijd geen stand gehouden heeft. Hij en zijn medestanders zijn opgeslokt door de aarde, terwijl Moshe’s leiderschap intact bleef. Anno 2020 zou dit betekenen dat ook wij, indien wij kritiek willen uiten op mede- of tegenstanders, wij eerst bij onszelf te rade moeten gaan om te bepalen wat onze drijfveer is. En indien die het resultaat is van jaloezie, zelfs als de kritiek terecht is, dan nog is het raadzaam om met een onafhankelijke derde te bespreken om te bepalen of deze kritiek een constructief of destructief effect zal hebben. Slechts op deze wijze kunnen wij gezamenlijk bouwen aan een waardige Joodse gemeenschap en een gezonde samenleving. Sjabbat sjalom! De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen wordt gelezen, is deze week: Korach – Bamidbar 16:1 t/m 18:32. Sjabbat begint 26 juni om 20:15 uur en eindigt op 27 juni om 23:17 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column voor de website: joods.nl

Investeren

Nadat de verspieders in het land Kanaän – het huidige Israël – geconfronteerd werden met bewoners en steden die een onverslaanbare indruk maakten, verloren zij hun motivatie en berichtten zij het Joodse volk: “Wij kunnen tegen dat volk (het Kanaänitische) niet optrekken, want het is sterker dan wij.” (Bamidbar 13:31). De gedemotiveerde verspieders zeiden dat het Joodse volk op geen enkele wijze in staat zou zijn om Erets Jisrael te veroveren en te bewonen. Veel verklaarders stellen hier de vraag: Het Joodse volk was getuige van de Goddelijke bescherming, van de Tien Plagen, de doortocht door de Schelfzee, het ontvangen van de Thora, de voortdurend aanwezige waterbron, de wolken die het volk 24/7 beschermde en het hemelse brood. Hoe is het dan mogelijk, na al deze bovennatuurlijke gebeurtenissen, dat zij nog steeds twijfelden of G-d wel in staat zou zijn om, met hen, het land Israël te betreden? Een briljant antwoord dat ik onlangs heb gelezen, wil ik met u delen omdat het juist in onze moderne tijd grote relevantie heeft. Het geloof in G-d dat het Joodse volk op dat moment had, was niet de vrucht van enige inspanning hunnerzijds. In Egypte waren de Joden, net als de mensen om hen heen, afgodendienaren. Hun geloof in G-d na de uittocht, was enkel gebaseerd op de dramatische en de bovennatuurlijke wonderen die ze gezien en beleefd hadden. Maar, zo schrijft mijn verklaarder, een geloof dat niet voortkomt uit rationeel denken en/of uit verdieping, een geloof (en iedere vorm van gedachte) dat zich snel heeft ontwikkeld en enkel gebaseerd is op een confrontatie met het bovennatuurlijke, kan heel krachtig zijn, maar zal vaak bijzonder snel vervagen. In de Midrasj – vertellende literatuur – wordt aangegeven dat de profetie die de Joden hadden toen zij door de zee trokken, groter en krachtiger was dan de profetie van de profeet Ezekiel. Hoe kon het zijn dat ze dan toch, keer op keer, de fout ingingen? Het antwoord is: de inspiratie verdween met de dezelfde snelheid als waarmee die was gekomen. De profeet Ezekiel had echter jarenlang zeer intensief aan zichzelf gewerkt en zo langzaam maar zeker een bepaald niveau van profetie bereikt. Hij had er zich voor ingespannen en dus het hield stand. Hoe bijzonder de wonderen, waarmee het Joodse volk geconfronteerd werd, ook waren, het waren geen blijvertjes. Bij elke nieuwe uitdaging viel het geloof weer weg. Ook in de Talmoed (Megillah 6b) wordt benadrukt dat indien iemand vertelt dat hij Torah-kennis heeft verworven “zonder al teveel inzet”, dat je hem dan niet kan geloven. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor Torah-kennis. Voor alles wat enigszins waardevol is moet gezwoegd worden. Er bestaan geen sluiproutes. Maar, beste lezer, waar ik het eigenlijk over wil hebben is onderwijs, educatie en opvoeding. Zoals een profetie alleen duurzaam is indien het een resultaat is van hard werken, zo geldt hetzelfde voor educatie. Vertrouw alstublieft niet op de school om je kind op te voeden. Laat het niet aan je omgeving over om je kind wijsheden bij te brengen en wacht zelfs niet op je eigen rabbijn om je kind kennis over te dragen. Als wij willen dat onze kinderen succesvol zijn, blij, gelukkig, zich blijven ontwikkelen, nieuwsgierig, gezond en sterk van geest, dan moeten wij investeren. Het is belangrijk dat wij, als jonge ouders, investeren in deze meest belangrijke beleggingsobject. Ja, het bedrijf en de gemeenschap en de sociale omgeving is belangrijk, maar niets is zo renderend en zeker als de investering in de opvoeding en ontwikkeling van onze kinderen. Sjabbat sjalom! De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen wordt gelezen, is deze week: Sjelach – Bamidbar 13:1 t/m 15:41. Sjabbat begint 19 juni om 20:15 uur en eindigt op 20 juni om 23:17 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column voor de website: joods.nl

Racisme

Bij de persconferentie met Premier Mark Rutte werd afgelopen woensdag de vraag gesteld of er in Nederland sprake zou zijn van een systematisch of een institutioneel racisme. Dat een deel van de bevolking te maken krijgt met discriminatie en uitsluiting is een gegeven en staat niet ter discussie. Maar hoe komt het dat mensen discrimineren? We zien discriminatie overal, binnen alle gelederen van onze samenleving. Zou dat betekenen dat het ‘slecht-zijn’ een integraal onderdeel is van de mens? En indien het een zogenaamde tweede (of misschien wel een eerste) natuur van de mens is, heeft het dan zin om discriminatie te bestrijden? Wellicht moeten we het gewoon accepteren als een gegeven? Deze week kwam mij ook een brief onder ogen van de Raad van Kerken gericht aan de minister van buitenlandse zaken met de oproep om ons geliefde Israël te boycotten als Israël zich niet zou confirmeren aan… Ik vroeg me af of de Kerk in Nederland een gebrek heeft aan interne problematiek en daarom zich meent te moeten mengen in een areligieus debat dat zich buiten onze landsgrenzen afspeelt? Is dit ook discriminatie of proberen de kerken, over de rug van de Joden, goedkope publiciteit te verwerven? Als er in onze parasja (Nummeri 5:12) wordt gesproken over het begaan van een zonde dan gebruikt de Thora het homoniem: ‘Tiste’. Een van de betekenissen van dit woord is inderdaad ‘zondigen’ maar het betekent ook ‘het begaan van een stommiteit’ (Zoals het Hebreeuwse woord: Shtoejot). De Talmoed (Sotah 3a) zegt hierover dat een persoon alleen zondigt indien hij wordt overvallen door een vlaag van verstandsverbijstering, met andere woorden: goed gedrag is natuurlijk en slecht gedrag is een afwijking van het normale. Of het nou gaat over systematisch of institutioneel racisme, het is sowieso iets wat we niet mogen tolereren. Het beoordelen (en zeker ook het veroordelen) van anderen kan alleen gebeuren op basis van gedrag, kennis en daden en mag niet en nooit (af)geleid worden door afkomst, religie of huidskleur. Doordat de parasja mij vertelt dat ‘het discrimineren’ niet aangeboren is, maar slechts en voornamelijk een tijdelijke afwijking is, weten wij ons gesteund in de strijd tegen dit kwaad. De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen wordt gelezen, is deze week: Naso – Numeri 4:21 t/m 7:89. Sjabbat begint 5 juni om 20:05 uur en eindigt op 6 juni om 23:07 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column voor de website: joods.nl

Onsterfelijk

Zijn wij onsterfelijk? De Talmoed vertelt over Koning David die aan G-d vroeg wanneer hij zou komen te overlijden. G-d wilde hem geen exacte datum geven, maar liet wel weten dat het op een sjabbat zou gebeuren. Omdat Koning David wist dat de Malach Hama’vet (de Engel des Doods) geen toestemming had om iemand die Thora studie bedreef te doden, had hij zich voorgenomen om de gehele sjabbat niets anders te doen dan te lernen, iedere week weer vanaf de schemering tot na nacht. Toen de tijd aangebroken was voor Koning David om het aardse leven te verruilen voor het hemelse bestaan, slaagde de Malach Hama’vet er dan ook niet in om zijn dodelijke taak te verrichten. De Talmoed vertelt dat de Engel des doods de Koning heeft afgeleid door in zijn tuin een enorm kabaal te maken. Toen David vervolgens ging kijken waar het lawaai vandaan kwam, struikelde hij. Door de schrik van de val hield hij enige seconden op met lernen. De Engels des Doods greep deze gelegenheid meteen aan en ontnam hem zijn ziel. Koning David kwam te overlijden op de eerste dag van Sjawoe’ot. Het is morgen dus zijn jaartijd. De Talmoed vertelt ons dit verhaal omdat het niet alleen David aangaat, maar ons gehele volk betreft. Koning David was een succesvol man. Hij stond bekend als een briljant politicus, een gevreesd strateeg en generaal, een buitengewone componist, een poëet. Bovendien gold hij als lid van het Hoog Gerechtshof als een topjurist. De Talmoed wil ons allen op het hart drukken, dat zelfs de meest succesvolle zakenman, de grootste geleerde, de beroemdste kunstenaar, ieder van ons steeds zal moeten blijven investeren in het (zelf) bestuderen van de Thora. Want: zolang we ons blijven verdiepen in de Thora zullen we als volk blijven overleven. Onlangs kwam ik iemand tegen, een oudere man, die mij vertelde dat hij gedurende zijn leven de hoogste treden van de maatschappelijke ladder had weten te bereiken. Maar toen hij eindelijk boven was, realiseerde hij zich dat de ladder tegen de verkeerde muur stond. Hij betreurde het dat hij niet eerder, op jongere leeftijd, de kans had gekregen of genomen om kennis van het Jodendom tot zich te nemen. Door ons de verdiepen in de intellectuele krochten van de 3000 jaar oude Thora, Talmoed en Joodse filosofie houden we het Jodendom in stand. Tegelijkertijd is het nog eens interessant, vaak ook leuk en geeft het veel mensen een waardevol gevoel. Net als Koning David zijn we als individu sterfelijk maar door te lernen kan ons collectief gedachtegoed blijven bestaan en de eeuwen trotseren! Chag Same’ach. Sjavuot begint 28 mei om 21:30 en eindigt 30 mei om 22:55. In sjoel worden de Tien Geboden gelezen (Exodus 19 – 20) alsook het boek Ruth. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column voor de website: joods.nl

Oog om oog

Als iemand zijn naaste letsel toebrengt, moet hem hetzelfde aangedaan worden wat hij gedaan heeft: breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand. Zoals hij de ander letsel heeft toegebracht, moet hem hetzelfde toegebracht worden (Leviticus 24:20) Het Jodendom heeft ‘oog om oog, tand om tand’ nooit anders vertaald dan dat dit betrekking heeft op een schadevergoedingsplicht; wanneer men iemand een oog uitslaat, moet men de schade financieel vergoeden. ‘Oog om oog’ betekent dus: ‘een uitgeslagen oog moet vergoed worden met de waarde van dat oog’. Zoals lichaam én ziel de mens vormgeven, zo bestaat de Thora oppervlakkig bezien uit verhaal en uit wetgeving. Maar onder die eenvoudige betekenis liggen diepe filosofische en ook mystieke gedachten verborgen. En dus kan en moet, los van de eenvoudige vertaling, alles wat in de Thora staat ook op die diepere niveaus, de een hoger dan de ander, geleerd worden. De Ba’al Shemtov (1698-1760) legt uit dat de samenleving fungeert als een spiegel. Indien een persoon wordt geconfronteerd met een tekortkoming die hij in de ander ziet, dan is dat omdat dit probleem ook bij hemzelf verbetering vereist. Dit zou te maken hebben met de filterfunctie en afweermechanisme van ons brein. Imperfectie die bij mij niet voorkomt zal ik bij de ander ook niet zien, want die informatie is voor mij immers niet relevant en wordt daarom door de hersens buiten gehouden. Maar omdat het voor mij makkelijker is om mijn eigen fouten onder ogen te zien wanneer ik besef dat ik niet de enige ben met die gebrekkigheid, word ik juist wél geconfronteerd met andermans tekortkomingen indien deze ook bij mij aan de orde zijn. Dat is ook de diepere betekenis van de hierboven genoemde pasoek – vers. Wanneer er staat dat bij het toebrengen van een letsel bij een ander deze ook bij hemzelf moet worden toegebracht, wordt daarmee bedoelt dat indien hij bij een ander een letsel, een gedragsprobleem ziet, hij moet beseffen dat deze ook op hemzelf van toepassing is. Dat de persoon hierdoor weet waar en waarmee hij zijn eigen verbetertraject kan beginnen, dat op zichzelf maakt de wereld een net wat fijnere plek. De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen zou worden gelezen, is deze week: Emor ( Leviticus 21:01 t/m 24:23). Sjabbat begint 8 mei tussen 19:42 uur en 21:00 uur en eindigt op 9 mei om 22:17 uur. De Parasja met Yanki Jacobs is een wekelijkse column voor de website: joods.nl

Unorthodox

Onlangs is op Netflix verschenen de serie “Unorthodox’”. De serie geeft het leven weer van een jong echtpaar dat onderdeel uitmaakte van de ultraorthodoxe Satmar beweging in New York, maar vervolgens die gemeenschap ontvlucht. Net als de rest van de samenleving heeft de Satmar gemeenschap prachtige elementen maar zijn er vanzelfsprekend ook tekortkomingen, die door sommigen meer en door anderen minder als een daadwerkelijk probleem worden gezien. De vraag die veel gesteld wordt is wanneer een gemeenschap de vuile was buiten moet hangen en wanneer het beter is om een probleem intern op te lossen? Het antwoord daarop is niet altijd eenduidig. Het is evident dat je de politie niet inschakelt voor iedere burenruzie, maar dat je probeert deze eerst onderling op te lossen. Is er echter sprake van seksueel misbruik van kinderen of staat het welzijn van kwetsbare mensen op het spel, dan stap je uiteraard wel naar de bevoegde instanties. Het ingewikkelde is hoe je om moet gaan met het grijze gebied tussen intern en naar buiten. In de Parasja deze week worden we geconfronteerd met twee teksten die allebei ingaan op naastenliefde: “Ve’ahavta le’re’acha ka’mo’cha – Heb je naaste lief als jezelf” (Leviticus 19:18) en “Lo Tisna et achi’cha – Je zult je broer niet haten” (Leviticus 19:17). Er staat dus dat ik een onbekende ‘naaste’ moet ‘liefhebben’ maar mijn eigen broer slechts ‘niet moet haten’. ‘Houden van’ is veel meer dan ‘niet haten’. Was het niet logischer geweest om mij te vragen om de vreemdeling ‘niet te haten’ en mijn directe familieleden ‘lief te hebben’? De Tora vertelt ons hiermee echter dat indien wij in onze eigen directe omgeving tekortkomingen en problemen zien, dat we dan niet laf de ogen moeten sluiten en beroep doen op een zogenaamde naastenliefde. Het niet benoemen van problemen binnen de eigen groep valt niet onder ‘naastenliefde’ maar plaatst het Jodendom onder destructief gedrag. Problemen, zeker als het gaat om het welzijn van kinderen, moeten benoemd worden en vereisen aanpak en oplossing. Daarom staat er als het je eigen broer betreft “je moet hem niet haten”. Bij het benoemen van het probleem is de kans groot dat er een conflictsituatie ontstaat. Conflict is in sommige gevallen echter noodzakelijk en onvermijdelijk. “Maar” zegt de Tora: “Haat primair het probleem, maar de persoon die het probleem veroorzaakt heeft, die moet je niet haten”. Laat het duidelijk zijn dat er geen probleem is met een specifiek persoon, maar dat het in acht nemen van regels en het in standhouden van een waardesysteem essentieel is voor een gemeenschap. Juist daarom moet je problemen wel benoemen, maar maak daardoor niet de fout om de probleemmaker te gaan haten en de facto het probleem niet op te lossen. Als ik echter word geconfronteerd met roddels over misstanden bij culturen die niet de mijne zijn, die niet in mijn nabijheid leven en die ik nauwelijks ken, dan zegt het Jodendom: “oordeel niet en heb je naaste lief”. De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen zou worden gelezen, is deze week: Achare – Kedoshim ( Leviticus 16:01 t/m 20:27). Sjabbat begint 1 mei tussen 19:30 uur en 20:36 uur en eindigt op 2 mei om 22:03 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column op de website: joods.nl

Waarom

Toen ik enige tijd geleden een vader sprak wiens zoon op verschrikkelijke wijze omgekomen was, vroeg hij mij in tranen: ‘Waarom? Waarom moest mij dit overkomen?’ En deze week bezocht ik (op afstand) een bejaarde vrouw die mij vroeg waarom zij gedurende haar leven ‘zoveel leed heeft moeten ondergaan’. Ik begreep dat sommige vragen niet te beantwoorden zijn. Maar ook besefte ik dat het werk van mij als rabbijn z’n beperkingen kent. Terwijl veel mensen hunkeren naar een antwoord op de vraag ‘waarom?’ moet ik me dat antwoord schuldig blijven, helaas. In de Parasja deze week wordt er gesproken over de huidziekte – Tsaraat. Dit is de enige plek waar de Tora een verbintenis legt tussen een lijden en een specifieke zonde, lasjon hara – kwaadsprekerij. De Thora geeft aan dat deze huidziekte het directe gevolg is van kwaadsprekerij, geroddel en achterklap. Het is opvallend dat dit de enige plek is in de Tora waar een reden wordt gegeven voor het lijden dat de mens ondergaat. Als op andere plekken in de Tora Mozes aan G-d vraagt waarom het volk moet lijden, komt er geen antwoord. Hoewel in het boek Job er verschillende argumenten voor het leed op deze wereld worden gebracht, worden al die redenen daar ook allen ongegrond verklaard. Helaas is onze eigen religie ook niet gevrijwaard van charlatans die menen u en mij precies te kunnen vertellen waarom mensen pijn en verdriet hebben. Ook nu in dit corona tijdperk word ik enerzijds overspoeld door mensen die alles menen te weten en ook de zogenaamde oplossing exact voor ogen hebben, maar anderzijds benaderen mensen mij met een duidelijke vraag: wat is de joodse visie op deze nare toestand. Toen ik die vader sprak moest ik denken aan de woorden van Mozes: “Waarom heeft U dit volk slecht aangedaan? En waarom heeft U mij gezonden? (Exodus 5:22)”. Het is absoluut toegestaan om G-ds wegen te bevragen indien wij ze niet begrijpen. Als Mozes mag klagen dan mogen wij dat ook. Het is echter een illusie om te denken dat we de vraag moeten en kunnen beantwoorden. Wel kunnen wij nadenken over de vraag of we misschien iets zinvols uit deze of andere moeilijke situaties kunnen leren en meenemen naar de toekomst. Hoe kan het mij beter maken als mens, vader, zoon, broer en vriend? En hoe kan ik een moeilijke situatie die mij overkomt wellicht gebruiken om een ander te helpen? Maar laat ik heel duidelijk zijn: het waarom blijft onbeantwoord. Waarom een wereld met zoveel pijn? Waarom zoveel onbegrijpelijk verdriet? Waarom…waarom? Waarom überhaupt een schepping? Gelukkig zijn er ook mooie en fijne gebeurtenissen, zelfs in moeilijke tijden. Laten we die vooral koesteren. De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen zou worden gelezen, is deze week:Tazria-Metsora– Leviticus 12:01 t/m 15:33. Sjabbat begint 24 april tussen 19:20 uur en 20:36 uur en eindigt op 25 april om 21:48 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column op de website: joods.nl

Sjoel gesloten

Gisteren raakte ik nogal in paniek. Anders dan andere jaren zullen er, zoals u begrijpt, dit jaar geen gasten aanwezig zijn bij onze seideravond. De afgelopen jaren was ik gedurende de Seideravond druk bezig met de organisatie en met het inspireren van zo’n tweehonderd Joodse studenten en young professionals. Ik had daarom nauwelijks tijd om me af te vragen wat de matze, de maror, het Pesachverhaal en überhaupt het concept vrijheid voor mijzelf betekent. Dit jaar zullen mijn echtgenote en ik aan tafel zitten met onze vier lieve kleine kinderen en voor het eerst word ik dus, veel meer dan andere jaren, geconfronteerd met de vraag welke betekenis de Seideravond ook voor mijzelf heeft. En terwijl ik 598 Seiderpakketjes (Seider-kits die het de mensen makkelijker moet maken om in eigen huis ook de seideravond te vieren) aan het inpakken was dacht ik na over de vier zonen zoals die in de hagada vermeld staan. 1) De chacham – de wijze zoon 2) De rasja – de slechte 3) De tam – de eenvoudige 4) De sje’eno jode’al lisj’ol – het kind dat nog niet kan vragen In de hagada wordt verteld dat ieder kind zijn eigen benadering nodig heeft. Zo staat er bij de rasja, de slechterik, dat wij hem de tanden uit zijn mond moeten slaan om hem vervolgens te vertellen dat hij niet bevrijd zou worden uit de Egyptische slavernij. Maar neem me even niet kwalijk! Is dit de pedagogisch benadering van het Jodendom? Het kind is rebels en we slaan hem de tanden uit zijn mond? Waar is onze warmte en liefde gebleven? Al onze kinderen moeten we toch omarmen en respecteren, ook als dat kind een richting heeft gekozen die anders is dan wat wij hem hadden toegewenst? De betekenis is echter het volgende: de vier zonen zoals die worden omschreven in de hagada bestaan niet. Wat wel bestaat is dat ieder kind en ieder mens deze vier eigenschappen in zich heeft. Ieder individu is soms goed, soms slecht of opstandig, soms simpel en soms weet hij überhaupt niet waar het over gaat. De aanpak van de rasja leert ons het volgende: Als mijn kind naar mij toekomt en zegt over zichzelf: “Ik ben een rasja, ik ben slecht want x, y of z en dus plaats ik mijzelf buiten de maatschappij, ik geef de moed op, ik ga het niet eens meer proberen”, dan moet ik hem hard aanpakken en hem als het ware de tanden uit zijn mond slaan. Wat ik hem moet aangeven is dat met zo’n attitude we Egypte niet hadden kunnen verlaten. Als we blijven kijken naar onze tekortkomingen en onszelf niet genoeg waarderen, alles zwart zien, dan blijven we slaven. Ik moet hem duidelijk zien te maken dat net zoals tanden maar een heel klein onderdeel vormen van de mens in zijn totaliteit (ja, wel heel zichtbaar, maar in verhouding echt maar een klein deel), zo is zijn negatief zelfbeeld niet wie hij in essentie is en is er dus geen reden voor hem om daardoor in een depressie te geraken. We zijn allemaal goed, allemaal slecht, allemaal onschuldig en soms allemaal een beetje dom. Vrijheid betekent: kunnen leven met jezelf en ondanks je (eventuele) tekortkomingen toch trots zijn en jezelf in de spiegel durven zien om altijd vooruit te gaan, te stijgen op de spirituele ladder. Misschien dat het me toch gaat lukken om er een inspirerende seider van te maken, op z’n minst voor mezelf! Sjabbat Sjalom en een Koosjere Pesach! De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd (dit keer niet in de synagogen) wordt gelezen, is deze week: Tsav (Leviticus 6:1 t/m 8:36). Sjabbat begint 3 april om 18:55 uur en eindigt op 4 april om 21:07 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column voor de website: joods.nl

Sjoel gesloten

Wegens het coronavirus heeft het kabinet een verbod op openbare manifestaties ingesteld. Er zijn echter vier uitzonderingen. A. Een wettelijk verplichte samenkomst zoals een vergadering van de gemeenteraad en de Staten-Generaal (max 100 personen) B. samenkomsten die nodig zijn voor de continuering van dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties (max 100 personen); C. uitvaarten en huwelijksvoltrekkingen (max 30 personen); D. samenkomsten van religieuze of levensbeschouwelijke aard (ook max 30 personen). De reden waarom ook een samenkomst van religieuze of levensbeschouwelijke aard tot de uitzonderingen behoort, heeft waarschijnlijk te maken met de juridisch complexiteit en de gevoeligheden die komen kijken bij het inperken van een grondwettelijk recht (Art 3. GW). In het Jodendom staat de gezondheid van de persoon op de allereerste plek. Van ons wordt immers verwacht dat wij middels mitswot (goede daden) de wereld een betere plek maken. Zonder een goede gezondheid is dat vrijwel onmogelijk. Zowel in Nederland als in het buitenland zijn vrijwel alle sjoeldiensten en gezamenlijke bijeenkomsten afgelast. Uiteraard is dit een zeer pijnlijke en vaak emotionele maatregel, zeker als we weten dat velen onbewust dan terugdenken aan de jaren ’40-‘45. Desondanks is het van essentieel belang dat wij aan onze gezondheid de hoogste prioriteit geven. Wanneer de Misjna (Spreuken de Vaderen 5:22) het verschil tussen positieve en negatieve eigenschappen van de mens belicht, doet hij dit middels het toeschrijven van deze eigenschappen aan de leerlingen van onze goede aartsvader Avraham en de leerlingen van de slechte Bilham. Maar waarom aan hun leerlingen? Waarom niet, aan Avraham en Bilham zelf? Het antwoord daarop is veelzeggend. De Misjna probeert ons hiermee duidelijk te maken dat voor een normale toeschouwer er vaak geen verschil te zien was tussen de ‘goede’ Awraham en de ‘slechte’ Bilham. Beiden oogden als religieuze voormannen en beiden wekten de indruk zich te bekommeren om hun eigen gemeenschap en om de brede samenleving. “Om te weten of iemand goed of slecht is, heeft het geen zin om naar de persoon zelf te kijken”, aldus de Misjna, “maar we moeten kijken naar zijn/haar leerlingen”. Wat is het resultaat van hún gedrag? Als uit hun nazaten goede mensen en goede daden zijn voortgekomen, dan weten we dat ook zij het goed bedoelden. Is het resultaat echter slecht, zijn hun nazaten en hetgeen zijzelf hebben neergezet aan daden negatief, dan kan je ervan uitgaan dat die persoon zelf wellicht ook niet zo goed is/was. Het Hebreeuwse woord dat in deze parasja wordt gebruikt voor zondigen is “ma’al” (Wajikra 5:15). De daadwerkelijk betekenis van dit woord is “toedekken” of “verbergen”. De Parasja geeft hiermee aan dat de essentie van het zondigen is als men zich naar de buitenwereld vertoont als A, de goede, maar wanneer niemand kijkt men eigenlijk B is, de kwade. Uiteraard is het belangrijk en essentieel dat de overheid de vrijheid van religie respecteert en deze niet inperkt. Tegelijkertijd hebben wij, als religieuze gemeenschap, de verantwoordelijkheid, om deze vrijheid niet te misbruiken. De gezondheid van de mensen gaat voorop en daarom ook tijdelijk geen sjoeldiensten. Dus even niet zich vroom voordoen! De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen zou worden gelezen is deze week: Wajikra – Leviticus 1:1 t/m 5:26. Sjabbat begint 27 maart om 18:45 uur en eindigt op 28 maart om 19:55 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column voor de website: joods.nl

Rust

Wegens het rondgaande coronavirus stonden wij, net als veel anderen in Nederland en in de rest van de wereld, voor een heftige beslissing. Moeten wij de Sjabbat-activiteiten van onze organisatie, Chabad on Campus, door laten gaan of juist niet? Het argument voor annuleren is duidelijk: geen enkel onverantwoord risico nemen en iedere kans op verspreiding van het virus voorkomen. Het tegenargument is: Juist in een tijd dat universiteiten en werkplekken de deuren sluiten, bestaat de behoefte aan gezelschap, verbinding, zingeving. In de parasja lezen we deze week dat sjabbat meer is dan een werkverbod. We hebben de verantwoordelijkheid om de sjabbat zelf te vormen – La’asot et hasjabat. Het vormen en maken van de Sjabbat houdt in dat we sjabbat pas echt beleven als we zelf de sjabbat een vorm geven. De eerste vermelding van de Sjabbat staat in de Thora bij het scheppingsverhaal (Genesis 2:1). “G-d was klaar met het creëren van hemel en aarde, de wereld was volmaakt en dus… rustte HIJ”. Het is exact deze vorm van rust die de Sjabbat kenmerkt. Het vormen van de Sjabbat houdt in dat ik in mijzelf het gevoel opwek dat ik klaar ben met het scheppen van het wereldse. Even geen handel en zelfs geen dalende koersen op de beurs. Op de Sjabbat is er geen business, geen telefoon, geen Internet. De Sjabbat, zoals ik die behoor te vormen, heeft misschien de schijn van een utopie omdat maatschappelijke, werk gerelateerde en het door-de weekse ontbreken, maar ook een utopie mag en moet soms worden nagestreefd. Sjabbat is niet alleen een dag van dit mag niet en dat mag niet. Sjabbat is intens veel breder. Sjabbat is het moment dat we onszelf even boven de schepping van het alledaagse plaatsen. Omdat het Jodendom van ons eist om over onze gezondheid te waken, moeten we de grotere vieringen voorlopig en helaas in de wacht zetten. Maar juist daardoor zijn we aan het denken gezet: wat nu? En uit zo’n ongewilde meditatie komt dan ook weer iets moois naar boven: we proberen zoveel mogelijk van de nood een deugd te maken en we gaan Sjabbat (en Pesach) DIY-kits vormen zodat mensen thuis ook Sjabbat kunnen vieren. Juist op dit moment van maatschappelijke ontwrichting is het van belang dat we overeind blijven. Uiteraard fysiek, maar zeker ook geestelijk. Geen lichaam zonder ziel en geen ziel zonder lichaam. Als de een wat zwakker is, moet de ander zich juist versterken. En dus concentreert onze Community zich nu even iets meer op de diepgang, maar helaas en tijdelijk in een minder sociale entourage. De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen wordt gelezen, is deze week: Kie Tiesa – Exodus 30:11 t/m 34:35. Sjabbat begint 13 maart om 18:20 uur en eindigt op 14 maart om 19:31 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column op de website: joods.nl

Poeriem

Wachtend op de lift in mijn appartement-complex ontmoette ik Shafir. Omdat ik altijd iedereen beleefd groet en op z’n minst de indruk probeer te vermijden dat er gezegd kan worden dat Joden onvriendelijk zijn, zei ik beleefd: goede avond. Shafir haakte daar meteen op in, terwijl de lift maar niet naar beneden kwam. Hij vertelde, bijna excuserend, dat hij uit Iran afkomstig is. Waarom weet ik eigenlijk niet, maar ik reageerde daarop dat ik graag Iran zou willen bezoeken maar dat mij dat momenteel niet helemaal verstandig lijkt, en niet alleen vanwege het coronavirus. Hij begreep mijn cryptische opmerking erg goed. Ondertussen was de lift aangekomen. We gaan de lift in en net voordat ik uitstap zegt hij duidelijk emotioneel: weet u dat het mijn innige verlangen is, al jarenlang, om Israël in het echt te zien en te ervaren. “Nu kan het niet, want ik heb het Iraanse staatsburgerschap” zei hij “Maar het is wel het eerste wat ik ga doen, zodra ik mijn Nederlandse paspoort ontvang”. De lift was op zijn etage en ik bleef achter met een goed en ook een ietwat verbouwereerd gevoel. Jammer dat de liften zo pijlsnel zijn, maar ik zal hem nog weleens vaker in de lift treffen, dacht en hoopte ik. Aankomende week is er wederom een joodse feestdag – Poeriem. Op deze bijzondere dag, die gevierd wordt middels verkleedpartijen en vrolijkheid, herinneren wij dat men in het oude Perzische Rijk geprobeerd heeft ons volk te vernietigen, maar dat dat uiteindelijk niet gelukt is. Anders dan bij andere Joodse feestdagen is er met Poerim geen duidelijk zichtbare rol voor G-d weggelegd, Zijn naam komt in de rol van Esther nergens voor. Er zijn geen bovennatuurlijke wonderen en de gehele Poerim-geschiedenis is in principe af te doen als een toevallige samenloop van omstandigheden. Dat de antisemitische Haman zijn snode plannen niet kon uitvoeren zou te maken kunnen hebben met het feit dat Esther – de koningin – Joods bleek te zijn en dat de machtige Perzische koning nog een onbetaalde schuld had aan haar neef Mordechai – leider van het Joods gerechtshof – omdat hij toevalligerwijs een samenzwering had weten te voorkomen. Ongeacht religie, ideologie of levensovertuiging, hebben wij als gewone mensen normaliter de neiging om deugdelijk en rechtschapen te handelen wanneer het gaat over de grote lijnen. Maar tegelijkertijd nemen we te vaak een achteloze houding aan ten aanzien van de zogenaamde kleine zaken en het gewone intermenselijke contact. Mijn ‘goede avond’ bij de lift was niets bijzonders, gewoon beleefd, maar heeft wel iets losgemaakt bij mijn medepassagier en zeker ook bij mij. Iets moois waaruit alleen maar iets goed kan voortkomen. Wanneer? Waarom? Wat? Geen idee, maar zo zou het kunnen gaan. Exact dat is de boodschap van Poerim. Door G-d weg te laten uit het Poerim-verhaal vertelt het Jodendom ons dat ook en juist in het alledaagse – op de momenten dat het religieuze karakter niet perse zichtbaar is en belangrijke beslissingen niet genomen hoeven te worden- behoren wij te handelen met een moreel kompas. O ja, net voordat de deur van de lift sloot hoorde ik Shafir nog zeggen: bid voor mij dat ik mijn Nederlands staatsburgerschap snel zal krijgen en ik zal er alles aan doen dat de mensen van Iran en Israël weer vrienden kunnen zijn. De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen wordt gelezen, is deze week: Tetsave – Exodus 27:20 t/m 30:10. Sjabbat begint 6 maart om 18:05 uur en eindigt op 7 maart om 19:19 uur. De vastendag van Esther begint maandag 9 maart om 05:16 uur en eindigt om 19:22 uur. Op 9 maart na 19:22 uur en op 10 maart is het Poeriem. Met Poeriem staan de volgende vier gebruiken centraal: 1. Het lezen van de Megilat Esther 2. Het eten van een feestmaaltijd 3. Geld voor de armen 4. Het geven van eetbare geschenken aan vrienden en kennissen. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column op de website: joods.nl

Geven is nemen

In een onderzoek van het CBS, dat deze week verscheen met als title Geluk en persoonlijkheid viel het op dat mensen, die naast hun reguliere baan ook aan vrijwilligerswerk doen, gelukkiger zijn dan mensen die uitsluitend met hun eigen toko bezig zijn. Een conclusie die in lijn is met de parasja van deze week. In de parasja lezen we iedere week over een volgende stap die het joodse volk moest nemen om zich te ontwikkelen tot een volwassen samenleving. In de vorige weken hebben we gelezen over de primaire levensbehoeften die het joodse volk nodig had en waarin ook werd voorzien. Bijvoorbeeld: bevrijding van de slavernij, splitsing van de zee, de Tien Geboden, het hemelse brood. Toch had dit ook een ongewenste bijwerking. Het Joodse volk ontwikkelde een soort ondankbaarheid en bleef maar klagen. Alles kwam immers van Boven en zelf hoefde ze er niets voor te doen. Deze week echter lezen we over Teroema-geven. Het Joodse volk krijgt niet alleen te horen dat ze een Tempel moeten gaan bouwen, maar vooral ook dat iedereen daaraan moet bijdragen. Het Joodse volk wordt verteld dat indien zij willen dat dit ‘maatschappelijke experiment’ – de totstandkoming van het Joodse volk – zal slagen, het essentieel is dat zij niet enkel ontvangen maar juist ook geven. Dat deze boodschap de insteek is van de parasja zien we ook als we de Hebreeuwse tekst vertalen. De tekst luidt (Exodus 25:2): Vajikchoe lie teroema– Neem voor mij een gift. Er wordt bedoeld dat het joodse volk moet geven, maar er staat nemen. Maar dit is nu exact de essentie van deze boodschap. Geven is nemen. G-d vertelt het volk dat de gever niet alleen een gever is, maar ook een ontvanger. En de ontvanger is niet alleen ontvanger, maar ook gever. Terugkoppelend naar het hedendaagse. Ook een moderne maatschappij staat of valt op bereidheid om te geven aan de omgeving. Of het nou gaat om vrijwilligerswerk, financiële ondersteuning van goede doelen of het delen van kennis en liefde. Het zijn deze componenten die essentieel zijn voor een samenleving waar mensen gelukkig willen en kunnen zijn. Het is de gever die ontvangt en het is de ontvanger die geeft. De Parasja, afdeling in de Torah die wereldwijd in de synagogen wordt gelezen, is deze week: Teroema – Exodus 25:1 t/m 27:19. Sjabbat begint 28 feb om 17:55 uur en eindigt op 29 feb om 19:07 uur. 'De Parasja met Yanki Jacobs' is een wekelijkse column op de website: joods.nl
Looking for older posts? See the sidebar for the Archive.